Internetvrijheid als politieke splijtzwam

Internetvrijheid als politieke splijtzwam

DearBytesBlogInternetvrijheid als politieke splijtzwam

woensdag 11 februari 2015

Deze week kwamen twee tegengestelde geluiden uit het kabinet ten aanzien van internetvrijheid. Althans: op zijn minst ogenschijnlijk. Het vinden van de juiste balans tussen privacy en controle in het digitale domein lijkt daarmee een politieke splijtzwam te worden.

Koenders: Internetvrijheid & Veiligheid

koenders-portretfotoHet begon met de Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders. Hij nam deel aan de “Münchner Sicherheitskonferenz” en gaf daar een toespraak over het belang van een open, vrij en veilig internet. Wie de toespraak leest, leert dat de bedoeling is om de veiligheid van het internet te vergroten, maar wel met behoud van internetvrijheid. Diezelfde internetvrijheid wordt besproken als het fundamentele aspect ervan die heeft geleid tot innovaties en economische groei.

Koenders stelt echter dat het internet veiliger moet zijn om vertrouwen erin onder de mensheid te behouden. En, zo zegt hij: “Security presumes governance”. Ofwel: “Veiligheid betekent toezicht”.

Internetvrijheid met governance: moeilijk. Eigenlijk willen we dan dingen die niet met elkaar te combineren zijn. Internetvrijheid betekent vrij en open. Governance betekent controle en dus hoe dan ook inperken van internetvrijheid. Koenders streeft er duidelijk naar om exact de juiste balans te vinden tussen internetvrijheid en veiligheid. Daar worden wij bij DearBytes op zich heel blij van, want wij zien het als onze missie om aan die balans onze bijdrage te leveren. Echter denken wij zelf dat wanneer iedere gebruiker van het internet zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, de behoefte aan governance veel kleiner wordt. Ook de overheid zou in die zin vooral zijn eigen beveiliging serieus (lees: veel serieuzer) moeten nemen en zo vooral als lichtend voorbeeld dienen voor de maatschappij. Maar goed: we denken graag mee over die balans.

Wat ik nog wel mis in de toespraak zijn antwoorden. Precies op de heikele punten die er toe doen, stelt Koenders in zijn toespraak vooral vragen. Deze visie is dus een goede eerste stap, maar ik zou graag zien dat de Nederlandse overheid ook nog een stapje verder durft te gaan. Een eigen standpunt innemen, uitdragen en toepassen over waar nu precies de grenzen  van governance liggen om internetvrijheid te behouden.

“Trust in a free, open and secure Internet will be a key determinant of success in tomorrow’s world; we need to step up our efforts to realize this vision of the net.”

Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, 7 februari 2015, München

Kabinet: wetsvoorstel ongericht tappen

Nog geen week na de veelbelovende woorden van Bert Koenders stond een algemeen overleg (AO) van de Tweede Kamer over inlichtingendiensten (AIVD / MIVD) op het programma. Daarin werd onder andere een voorgenomen wetsvoorstel besproken, waarmee tapbevoegdheden worden verruimd. De verruiming gaat om het ongericht tappen van internetverkeer. Tot nu toe is de AIVD alleen bevoegd om gericht te tappen, dus laten we zeggen: alleen de internetverbinding van een verdachte. Ongericht tappen betekent dat ook verkeer getapt kan worden die niet rechtstreeks gerelateerd is aan een verdachte. Dit met het doel om verbanden te leggen die op voorhand niet bedacht kunnen worden.

Ongericht tappen wordt heel snel in een adem genoemd met sleepnet surveillance zoals de NSA dat doet, volgens de onthullingen van Edward Snowden. Het wetsvoorstel kent wel wat meer waarborgen die onderbouwen dat het doel, in tegenstelling tot de Amerikaanse praktijken, niet is om alle internetverkeer continu te loggen. Plasterk: AIVD gaat niet iedereen afluisteren. En dat het voorstel in zo’n AO überhaupt open en transparant besproken wordt, is natuurlijk al heel anders dan hoe we achter de NSA bezigheden moesten komen.

Het RTL Nieuws publiceerde op basis van een rondgang dat een meerderheid van de partijen het voorstel zal steunen. Het betreft schijnbaar regeringspartijen VVD en PvdA, aangevuld met het CDA. Die laatste partij is van belang omdat het in principe ook een meerderheid oplevert in de Eerste Kamer, zodat het voorstel op voorhand een grote kans van slagen heeft. Dit terwijl eerder de Eerste Kamer zich uitgesproken heeft tegen ongerichte surveillance. Het is dus, ondanks het bericht van RTL, nog onzeker of de wet het gaat halen. Het wetsvoorstel komt in april, zo verwacht minister Plasterk. Voor die tijd vinden nog de provinciale verkiezingen plaats, waardoor ook de samenstelling van de Eerste Kamer kan veranderen. Kortom: onvoorspelbaar 🙂

In het AO zijn overigens door oppositiepartijen zinnige vragen gesteld over het voorstel. De belangrijkste vraag is denk ik: Hebben we dit nu wel echt nodig? (D66 en SP). Maar als we het nodig hebben: Wees naar Duits voorbeeld transparant over inzet van de bevoegdheid (D66).

Tegenstrijdigheid

Maar goed, de combinatie van deze twee gebeurtenissen voelt voor mij toch wat tegenstrijdig. Ongericht tappen, in welke vorm dan ook: is dat de juiste balans tussen internetvrijheid en veiligheid? Is die vraag wel gesteld? Hoe staat de visie van Koenders (en het kabinet, neem ik aan) in relatie tot dit wetsvoorstel?

Persoonlijk zie ik geen logisch causaal verband tussen de strategie en de uitvoering. Anders zou de vraag van D66 en SP over nut en noodzaak van het voorstel op voorhand al beantwoord zijn. Dat ogenschijnlijk gebrek aan verband leidt dan weer tot de vraag: wat is de waarde van die visie/strategie en met welk doel wordt die uitgesproken?

Het zal te maken hebben met verschillende belangen en verantwoordelijkheden van de diverse bewindslieden. In het AO zaten de ministers van Veiligheid en Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie aan. Allen voor een bepaald deel verantwoordelijk voor het beschermen van de Nederlandse maatschappij in het hier en nu. Allen ook onder druk als gevolg van situaties en gebeurtenissen zoals Charlie Hebdo, ISIS en andersoortige terrorisme. De verantwoordelijkheid en het belang van de Minister van Buitenlandse Zaken zijn echter anders. Die zijn (in mijn beleving) vooral om Nederland in het buitenland te vertegenwoordigen. En dat vertegenwoordigen komt volgens mij steeds vaker neer op het soort vertegenwoordigen dat we kennen uit commerciële activiteiten, ofwel:

Koenders, verkoop ons prachtige Nederland.

footer-logo_0Dat doel lijkt ook in deze toespraak duidelijk naar voren te komen. Nederland organiseert dit jaar op 16 en 17 april de Global Conference on Cyberspace (GCCS 2015). Koenders is daarvan de host en deed via zijn toespraak ook wat promotie voor het evenement in München.

Of was die promotie voor GCCS het enige doel van Koenders toespraak en is dat de reden voor het uitspreken van de visie? #dtv

Van visie naar uitvoering

Ik ben van mening dat de visie in Koenders’ toespraak de juiste is. Het is ook niet voor niets dat je op basis daarvan Nederland “verkocht krijgt”. En het sluit ook niet voor niets aan op de visie van DearBytes. Ik zou graag zien dat die visie het uitgangspunt wordt bij alle vormen van internet governance die vanaf nu worden bedacht door de overheid. Desgevraagd lever ik graag mijn bijdrage daaraan, dus ik zal zeker aan de voorgenomen internet consultatie rondom het wetsvoorstel van Plasterk deelnemen.

Voor een vrij én veilig internet!